Betekenis 'pool'

Je hebt gezocht op het woord: pool.

1pool (de; v(m); meervoud: polen) 1uiteinde van de aardas: noordpool, zuidpool2streek, land bij de noord- of zuidpool: poolnacht, poolschip, poolzee3uiteinde van een magneet waar de aantrekking het sterkst is: gelijksoortige polen stoten elkaar af, ongelijksoortige trekken elkaar aan4(elektrische leiding) uiteinde 2pool (de; v(m)) 1opstaande haren van een tapijt: tapijt met een hoge pool met lange draden of hoge lussen 3pool (de; m; meervoud: pools) 1spel waarbij om een 1pot (2) wordt gespeeld: voetbalpool; een pooltje doen groepsgewijs wedden op de uitslag van een sportwedstrijd of -toernooi2de inzet3depot van auto's, schepen, arbeidskrachten enz.: arbeidspool, banenpool4op snooker lijkend biljartspel Pool (de; m/v/x; meervoud: Polen) 1iem. uit Polen poo·len (poolde, heeft gepoold) 1pool(biljart) spelen2samenwerken door bij toerbeurt iets te doen

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.