Betekenis 'luier'
Je hebt gezocht op het woord: luier.
1lui (meervoud; verkleinwoord: luitjes) 1mensen
2lui (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1afkerig van inspanning of werk: liever lui dan moe; een luie stoel gemakkelijke¶een lui oog afwijking waardoor één oog zich niet fixeert
lui·er (de; v(m); meervoud: luiers) 1doek van katoen of absorberend materiaal om ontlasting en urine op te vangen, gedragen door baby's, peuters en incontinente personen: papieren wegwerpluiers; nog in de luiers liggen nog een baby zijn
lui·e·ren (luierde, heeft geluierd) 1niets uitvoeren
Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?
Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.