Betekenis 'lepel'
Je hebt gezocht op het woord: lepel.
le·pel (de; m; meervoud: lepels) 1(keuken- of tafel)gereedschap om vloeibare stoffen op te scheppen, om te roeren enz.: eetlepel, theelepel, opscheplepel, pollepel, soeplepel; lepel, vork en mes; lepeltje lepeltje liggen houding van twee mensen waarbij de één achter en tegen de ander aan ligt2hoeveelheid die in een lepel gaat
le·pe·len (lepelde, heeft gelepeld) 1eten met een lepel
Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?
Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.