Betekenis 'alleen'

Je hebt gezocht op het woord: alleen.

1al·leen (bijvoeglijk naamwoord) 1niet vergezeld2zonder hulp: God laat mij niet alleen3uitsluitend: dat kan hij alleen (of: alleen hij) 2al·leen (bijwoord) 1slechts: hij denkt alleen maar aan geld hij denkt aan niets anders; bij de gedachte alleen al word ik misselijk gezegd als je absoluut niet aan iets wilt denken2met dit voorbehoud: het boek is goed, alleen het is wat erg realistisch

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.