Betekenis 'Brake'

Je hebt gezocht op het woord: Brake.

1braak (de; v(m); meervoud: braken) 1inbraak: diefstal met braak 2braak (bijvoeglijk naamwoord) 1onbebouwd: de akker ligt braak bra·ken (braakte, heeft gebraakt) 1de inhoud van de maag uitspuwen; = overgeven: gal braken

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.