Betekenis 'curse'

Je hebt gezocht op het woord: curse.

1curse (zelfstandig naamwoord) 1vloek(woord), verwensing, doem: lay s.o. under a curse een vloek op iem. leggen2bezoeking, ramp, plaag 2curse (overgankelijk werkwoord) 1vervloeken, verwensen, een vloek uitspreken over: (informeel) curse it! (of: you!) verdraaid!2(vnl. passief) straffen, bezoeken, kwellen: be cursed with gebukt gaan onder 3curse (overgankelijk en onovergankelijk werkwoord) 1(uit)vloeken, vloeken (op), (uit)schelden

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.