Betekenis 'eins'

Je hebt gezocht op het woord: eins.

Einer (m; 2e naamval: -s; meervoud: -) 1(rekenkunde) eenheid2(sport) eenpersoonskano 1eins (bijvoeglijk naamwoord) 1één; hetzelfde: jmdm. eins sein iem. om het even zijn; sich mit jmdm. eins wissen zich met iem. verbonden weten 2eins (telwoord) 1één: (sport) zwei zu eins twee tegen één; eins a (of: 1a) prima, eersterangs; es schlägt eins het slaat één uur; diese Ware ist eins a deze artikelen zijn eerste keus Eins (v; 2e naamval: -; meervoud: -en) 1(het cijfer) één2(als rapportcijfer) tien, uitstekend3lijn een (van tram, bus)(van motoren, apparaten) laufen wie eine Eins lopen als een zonnetje

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.