#WVDD: verdozing

Afgelopen zaterdag schreef De Volkskrant over ‘De verdozing van Nederland’. Daarmee wordt bedoeld dat er in rap tempo enorme rechthoekige gebouwen zonder kraak of smaak op industrieterreinen en langs snelwegen verrijzen: XXL-distributiecentra.

Je ziet ze overal, uitwaaierend van West- naar Oost-Nederland. Ga maar de weg op, van Moerdijk richting Tilburg, Eindhoven en Venlo – en dat valt onderzoekers op. Uit hun bevindingen valt te concluderen dat de verdozing van het landschap in gang is gezet.

In een ingezonden brief in De Volkskrant van vandaag lijkt een lezer daar niet mee te zitten:

Als we boven op die bouwdozen (‘De verdozing van Nederland, Zaterdag, 19 mei) direct zonnepanelen plaatsen, hebben ze in ieder geval nog een extra functie.

Op Twitter werd verdozing afgelopen weekend al genomineerd als potentieel Woord van het Jaar, maar strikt genomen is het geen nieuw woord. Volgens BN/DeStem werd er in 2003 in het zuiden van ons land al gemopperd over ‘de verplatting en de verdozing’ van Breda, waar namelijk veel ‘moderne, hoekige nieuwbouw’ in de binnenstad verrees (27-5-2003). Maar het woord is in feite nóg ouder. Op 16 maart 1994 schreef Maurits Schmidt in Het Parool over de wildgroei aan ‘dakdozen’ (‘liefdeloze opbouwen voor bijvoorbeeld liftschachten’) die zorgden voor ‘verdozing’ van de Amsterdamse binnenstad. In de kop van datzelfde artikel maakte trouwens ook het werkwoord verdozen zijn opwachting in de media:

Mishandeling vijfde gevel verdoost het daklandschap

(Met die vijfde gevel wordt in het architectenjargon soms verwezen naar het dak van een gebouw.)

In feite is de betekenis waarin verdozing afgelopen zaterdag in De Volkskrant figureerde, net iets anders dan die van de vormen van verdozing waarvan in de oudere kranten sprake was. De Volkskrant gebruikte het woord namelijk niet zozeer als een term uit de architectuur (de tendens om nieuwe bouwwerken of aanbouwsels eenvoudig en rechthoekig van vorm te maken), als wel als een term uit de ruimtelijke ordening.

Definitie

verdozing

(v, g.mv.) de tendens om op locaties die centraal gelegen zijn ten opzichte van het wegennetwerk, enorme rechthoekige gebouwen neer te zetten ten behoeve van de opslag en distributie van goederen

 

Ton den Boon, hoofdredacteur Dikke Van Dale

Het Woord van de Dag (#WVDD) wordt mede mogelijk gemaakt door Taalbank.nl. Dit artikel is ook te vinden op de website van Taalbank.nl.