Je weet maar nooit

‘Welk woordenboek zal ik meenemen naar het examen?’ Onze dochter streelde bedachtzaam de ruggen van de naslagwerken in mijn werkkamer.
‘Gewoon, de woordenboeken die je altijd gebruikt op school.’
‘Hmm,’ klonk het niet al te enthousiast.
Haar hand haperde even bij de 26-delige Winkler Prins, om vervolgens te blijven rusten op de driedelige Dikke Van Dale.
‘Je kunt moeilijk de Dikke meenemen.’
‘Waarom niet, als jij me naar het station brengt. Dan kan ik meteen even rijden. Dat is ook goed tegen de stress.’
Ik keek haar ongelovig aan: ‘Jij, stress?’
‘Eindexamenstress, pap, dat hoort erbij.’
Ze begon woordenboeken uit de kast te pakken: Het groot woordenboek Frans-Nederlands van Van Dale, het woordenboek Latijn-Nederlands van Amsterdam University Press, de middelgrote woordenboeken Duits en Engels van Van Dale.
‘Daar red ik het wel mee.’
Ten slotte pakte ze de Dikke Van Dale. ‘Jouw exemplaar. Mag het? Of heb je er wat in geschreven? Dan mag het niet van school. De conciërge neemt steekproeven.’
Ik schudde m’n hoofd.
‘Dan neem ik die toch ook maar mee. Je weet maar nooit.’
Ongetwijfeld dacht ze nu net als ik aan haar oudere broer, die twee jaar geleden de Dikke bij alle examens op tafel had gehad en aan het einde van de examenweken doodleuk aan tafel vertelde dat de Dikke Van Dale ook heel handig was gebleken bij het interpreteren van vragen bij het examen economie en wiskunde.
‘Maar we hebben geen rolkoffer in huis,’ probeerde ik haar nog halfslachtig op andere gedachten te brengen.
‘Dan breng je me toch gewoon even helemaal naar school.’ 

Ton den Boon, hoofredacteur van de Dikke Van Dale

--

Weet jij al welk woordenboek je kunt meenemen naar het eindexamen? Bekijk hier de Van Dale #examentips.