Hoe lang mopperen we al op de grachtengordel?

De afgelopen zomer kwam de Volkskrant met een special over de Amsterdamse grachtengordel. 

Daarin werd onder meer de vraag gesteld wanneer het woord 'grachtengordel' voor het eerst werd gebruikt in de figuurlijke, niet positief bedoelde betekenis 'het establishment op kunst- en mediagebied'.

Hoe vind je het antwoord op zo'n vraag? Vroeger fietste je dan naar de bibliotheek, liep naar de kast met oude woordenboeken en trok deel na deel uit de kast tot je het oudste woordenboek had gevonden dat de gezochte term nog vermeldt. In dit geval was je dan uitgekomen bij de 29e druk van het Wolters' woordenboek Nederlands (ook bekend als de Koenen) uit 1991. Daar staat bij 'grachtengordel' de voorbeeldzin 'het wereldje van de Amsterdamse grachtengordel' met als verklaring 'nl. de Amsterdamse binnenstad, waar een groot deel vh establishment op kunst- en mediagebied woont of werkt'.

Tegenwoordig gaan zulke zoektochten er een stuk minder romantisch aan toe. Op internet heb je allerlei databanken met oude kranten, wat het mogelijk maakt om de ouderdom van een woord of uitdrukking vrij precies te achterhalen. Zo'n (gratis raadpleegbare) site is Delpher. Daar vind je bijvoorbeeld een citaat uit het Nieuwsblad van het Noorden van 26 mei 1988, waarin sprake is van dichters 'veelal afkomstig uit het brede circuit van performing poets binnen de Amsterdamse grachtengordel'. Negatief van toon is dit citaat nog niet, maar naar de 'culturele elite' die nu met de grachtengordel wordt verbonden is het dan toch al geen heel grote stap meer.