Wat is juist?

Wat is de juiste afbreking: klein-ood of klei-nood? 

 

Antwoord 
Juist is: klei-nood

Uitleg 
Het mooie woord kleinood ('klein kostbaar voorwerp; iets waaraan men veel waarde hecht') kom je niet dagelijks tegen. Maar het is wel een woord dat intrigeert. Want hoe zit het in elkaar?

Volgens Van Dale is het opgebouwd uit het bijvoeglijk naamwoord klein en een achtervoegsel -ood dat we nu niet meer kennen, maar dat in iets andere vorm ook voorkomt in het woord armoede.

Mooi, denk je dan, de juiste afbreking is dus klein-ood. Maar dat is niet het geval. Want om te weten hoe je een woord afbreekt is naast de opbouw van dat woord nóg een criterium van belang: de uitspraak. En dat criterium is doorslaggevend bij veel woorden met achtervoegsels die met een klinker beginnen. Bij afbreking gaat dan de laatste medeklinker van het grondwoord naar de volgende regel. Zo breken we bijvoorbeeld af mole-naar (en niet: molen-aar). Dit principe volgen we ook bij kleinood. Dat breken we af zoals we het uitspreken: klei-nood. Waarbij we het risico dat je dat ook kunt lezen als 'gebrek aan klei' voor lief nemen.