De nazist en de vandalist

In de Volkskrant van 1 oktober stond een interview met hoogleraar en kinderrechter Paul Vlaardingerbroek, die pleit voor verplichte anticonceptie voor vrouwen die het ouderschap niet aankunnen. We lezen: 'Hij is al jaren pleitbezorger van verplichte anticonceptie voor zulke ouders en dat is hem door sommigen niet in dank afgenomen. "Ik ben uitgemaakt voor Hitler en voor nazist", aldus Vlaardingerbroek.'

Hé, nazist. Dat is een gek woord. Het staat niet eens in Van Dale. Het rare aan dit woord is, dat het eigenlijk helemaal niet nodig is. We hebben immers al het woord 'nazi'? En dat is precies wat de geïnterviewde hier bedoelt. Mensen worden immers geregeld voor nazi uitgemaakt.

Wat is hier aan de hand? De taal heeft hier een omweg gemaakt. De beweging van de nazi's heet het nazisme. Iemand die dat gedachtegoed is toegedaan, noemen we nazistisch. En hoe noemen we vervolgens iemand die nazistisch is? Precies, een nazist, zoals iemand die fascistisch is een fascist heet. Deze taalkundige omweg wordt in vakkringen – waar het aan goed Nederlands nog weleens wil ontbreken – aangeduid met termen als 'backformation' of 'Rückbildung'. Achterwaartse woordvorming als het ware, waarbij je uit de lange vorm (nazistisch) de korte (nazist) afleidt.

Een tweede voorbeeld van dit verschijnsel is de vandalist. Ook zo'n overbodig woord, omdat we immers de vandaal al hebben. Niettemin wordt 'vandalist' zo vaak gebruikt, dat het al in Van Dale staat. Waar het vroeger of later weleens gezelschap zou kunnen krijgen van de nazist.